Woordenlijst

Farmacokinetiek: onderzoek naar wat het lichaam met het geneesmiddel doet (opname, verdeling, afbraak, uitscheiding).

Farmacodynamiek: onderzoek naar wat het geneesmiddel met het lichaam doet (mechanisme, werking).

Biomarker: een kenmerk dat objectief wordt gemeten en geëvalueerd als indicator voor een ziekte of de werking van een geneesmiddel. Glucose is bijvoorbeeld een biomarker voor diabetes (suikerziekte), en de bloeddruk is een biomarker voor hypertensie (hoge bloeddruk).

DNA: is een molecule, aanwezig in alle levende cellen, die alle informatie bevat die noodzakelijk is voor de ontwikkeling en de werking van een organisme. Het is ook de drager van de erfelijkheid, want het wordt overgedragen bij de voortplanting, al dan niet integraal. Het bevat dus de genetische informatie (genotype) en vormt het genoom van de levende wezens.

RNA: is een biologische molecule die aanwezig is in haast alle levende organismen, inclusief bepaalde virussen. Het RNA is een molecule die chemisch zeer dicht aanleunt bij het DNA en overigens over het algemeen gesynthetiseerd wordt in de cellen op basis van een matrix van DNA waarvan het een kopie is. De levende cellen gebruiken in het bijzonder het RNA als een tussendrager van de genen om de eiwitten te maken die ze nodig hebben. Het RNA kan veel andere functies vervullen en in het bijzonder een rol spelen in chemische reacties van de cel.

Genotypering: De eiwitten, die het raderwerk van het menselijk lichaam zijn, worden aangemaakt uit chromosomen. De plaats op een chromosoom die een eiwit identificeert, wordt een gen genoemd. De analyse van een gen wordt “genotypering” genoemd.

Biobank: Opslagplaats biologische stalen.

Quetelet-index: ook body mass index genoemd, wordt berekend door uw gewicht (in kg) te delen door uw lengte (in m) in het kwadraat. In de praktijk volstaat het om het gewicht te delen door de lengte en het resultaat daarvan nog eens te delen door de lengte. Bij wijze van voorbeeld, als je 1,7 m groot bent en 70 kg weegt, bedraagt je Quetelet-index 24. De berekening verloopt als volgt: 70 kg / 1,7m = 41 en 41 / 1,7m = 24.

QTc: is een specifieke meting van het electrocardiogram (ECG). Deze meting hangt sterk af van het hartritme. Van bepaalde geneesmiddelen is aangetoond dat ze het QTc-interval verlengen, wat in zeldzame gevallen hartritmestoornissen kan veroorzaken. Een electrocardiogram is een pijnloze registratie van de elektrische hartactiviteit.

Glykemie : glucoseconcentratie in het bloed.

Hysterectomie: verwijderen van de baarmoeder.

Bilaterale ovariëctomie: verwijderen van de eierstokken.

Salpingectomie: verwijdering van de eileider(s).

Telemetrie: bestaat uit het continu registreren van uw hartactiviteit. Hiervoor zult u een klein doosje dragen dat verbonden is met 12 elektroden (gelijkaardig aan ECG-elektroden) die op uw borst worden geplaatst. Het toestel zelf zal via een draadloze verbinding verbonden zijn met een centrale computer die uw hartactiviteit analyseert en ons in staat stelt om dit te controleren in de werkelijke tijd. De telemetrie zal gedurende minimaal 8 uur worden uitgevoerd.